Herinneringen aan de auto's uit mijn jeugd, geschreven door Klaas Bos

Al heel vroeg was ik bezeten van auto's. Nu woonde ik toevallig in een dorp waar er ' maar ' drie waren, dus was het niet zo moeilijk om dat drietal te onthouden. Maar naarmate de tijd verstreek kwamen er steeds meer bij. Ik herinner me ze nog met genoegen maar soms toch ook met een beetje nostalgie, want in die tijd was een auto een heel begerig ding en was het al heel wat als je ' autobezitter' was, want dat kon toen lang niet iedereen zeggen! Het grootste probleem was om zich een automobiel aan te kunnen schaffen ,het gebruik en het onderhoud ervan was niet zo duur, zeker niet in vergelijking met nu. En natuurlijk droomde ik ervan later ook een auto te kunnen bezitten.

Jongensdroom

 Jongensdroom

Hier komen dan alle auto's uit mijn jeugd, die stuk voor stuk zo'n geweldige indruk op me hebben achtergelaten. De allereerste wagens waar ik aan denk zijn natuurlijk mijn eigen speelgoed autootjes, waar ik veel mee heb afgerommeld. Mijn mooiste was een rood witte ambulance. Het moet zeker een behoorlijk duur ding zijn geweest en had het model van een Amerikaanse wagen uit het einde der dertiger jaren.

Ambulance

Mijn mooie ambulance


De tweede auto die ik me heel goed herinner is een echte, nl. een Chevrolet van de jaren '34 die in het bezit was van Van Kalker, de plaatselijke timmerman / schrijnwerker. Deze wagen werd niet alleen gebruikt als taxi, je kon hem ook huren. Mijn vader had destijds een contract waarmee hij een bepaald aantal kilometers per jaar met die Chevrolet kon rijden, dat was al een hele luxe in die tijd. Chevrolet was het merk van het grote General Motors concern dat het in de jaren twintig moest gaan opnemen tegen de beroemde en heel veel verkochte T- Ford. Pas toen eenmaal de kopers wat meer luxe en comfort vroegen, werd de Chevrolet een lastige concurrent voor Ford en dat is tot op de dag van vandaag zo gebleven. 

Chevrolet



De derde wagen was een kleinere van dezelfde persoon, ik denk dat het een Willy's was of Hupmobiel. Veel herinneringen heb ik niet aan die wagen, alleen weet ik nog dat hij grijs was.

De vierde auto was een vrachtwagen van het merk Fargo. Ik wist dat toen nog niet, maar hij werd gebouwd door de Dodge-Brothers. Ze hadden de gewoonte om de door hen in Amerika geleverde vrachtwagens Dodge's te noemen , maar de trucks voor export werden Fargo's genoemd. De eigenaar van die Fargo was Harm Jan Mos, die altijd druk in de weer was om er allerlei transporten mee te verzorgen, meestal over een wat kortere afstand. Ik heb helaas geen goede foto van die vrachtwagen , maar op de bijgaande foto staat hij aan de linkerkant voor zijn garage geparkeerd, van de achterkant gezien. De jongen met de fiets ben ikzelf.

Jongen met fiets


Fargo

Zo zag het echte front van een Fargo van 1935 er uit.


De Fargo vrachtwagen verdween van het toneel vrij kort na de oorlog en werd vervangen door een Dodge uit de militaire dump.

Dodge

Het leveren van goederen aan de huisvrouw werd in die tijd meest al per fiets of bakfiets gedaan, maar direct na de oorlog begon men ook reeds met auto's goederen te bestellen en zodoende werd de (bak)fiets langzamerhand verdrongen en zelfs de hondewagen verdween van het toneel. Dat was ook het geval met de hondewagen van Hoogakker, de wat kreupele man die onze petroleum bevoorraadde en nog juist helemaal rechts op de foto is te zien.

Hoogakker


De melkboer, ik dacht dat hij uit een ander dorpje kwam, voerde zijn leveringen reeds uit met behulp van een Tempo driewielig vrachtwagentje. En ofschoon dat maar een klein wagentje was, was dit toch al een hele technische vooruitgang. Die Tempo had een 2 cil. tweetact motor van 14 pk en kostte juist iets onder de 3000 gulden. 

Tempo

Tempo, 2 cil. 14 pk

Auto's die veelvuldig het dorp bezochten, of liever gezegd het dorp aandeden, waren de autobussen van de DAM. Die eerste bussen hadden nog , zoals dat in het vak genoemd wordt, een torpedo- front, dus wagens met een motorkap voor de bestuurder. Vrij kort na de oorlog werden er door de DAM Amerikaanse White bussen ingezet, die een imponerende lange neus hadden. Het waren oorspronkelijk nog wagens met benzine motoren, die echter al gauw werden omgebouwd naar diesel krachtbronnen .De bus carrosserieën werden gebouwd door Medema uit Appingedam.

s


Aan het eind van de oorlog brak er een goede tijd aan. Het Canadese leger dat letterlijk en figuurlijk zijn tenten opsloeg in ons dorp voor de laatste gevechten tegen de Duitsers in de omgeving van Delfzijl, was uitgerust met een veelheid van rollend materieel. Daar waren natuurlijk de tanks en pantserwagens, maar waar men grote hoeveelheden van had waren vrachtwagens die zorgden voor het transport van alle spullen die zo'n leger met zich mee sleepte. Dat waren die zo dreigend uitziende Canadese Ford's en Chevrolet's met die typisch naar voren hellende voorruiten. Och, wat hebben die trucks een indruk op me gemaakt! Het was de meest gebruikte vrachtwagen in het Canadese leger,officieel werden ze genoemd de CMP wagens ( Canadian Military Pattern ).Ze werden specifiek voor het leger gebouwd in Canada, door zowel de Ford- als Chevrolet fabrieken.


CMP

En natuurlijk waren er de Jeeps in heel veel verschillende uitvoeringen. Met een er van, de Canadese ambulance uitvoering, mocht ik weleens een eindje mee rijden. Dat was me een feest! Het werd wel het meest populaire wagentje van destijds!

GMC

Een tijdje na de bevrijding kwamen er nog twee Amerikaanse legertrucks in Godlinze. De een was een GMC frontstuur van Flikkema, die ermee naar Groningen reed i.p.v. zoals eerder met zijn beurtschip. Ook deze wagen herinner ik me nog erg goed en ik heb er zelfs vroeger een tekening van gemaakt.

Tekening 

De andere was een veel zwaarder beestje, een Mack, die op de lange afstand werd gebruikt door Kempie Groenewold. Ik zie hem nog staan in de houten loods bij het haventje : een enorme truck, helemaal in een prachtige wijnrode kleur gespoten. Hij was al van huis uit voorzien van een dieselmotor.

Mack 

Een Mack in legeruitvoering

Ja en dan waren er natuurlijk de vrachtwagens uit andere dorpen die regelmatig bij ons passeerden. Een ervan was een Bedford, ook een ex legerwagen, maar nu van het Engelse leger. Die wagen reed met zakken koren naar Groningen en trok ook nog een geladen aanhangwagen. Hij had het er maar moeilijk mee en erg snel ging het dan ook niet, want als je heel hard fietste kon je hem bijhouden.

z

Vrij kort daarna kwamen ook de eerste civiele voertuigen weer op de weg. Een wagentje dat ik me nog goed herinner was de Ford Anglia, waarmee onze orgel-leraar ons les kwam geven. Het was het goedkoopste model van Ford en kostte nog geen 4000 gulden, maar was het toch een begerenswaardig bezit. Hij was voorzien van een 30 pk sterke zijklepmotor en bleef als Ford's goekoopste aanbieding tot het jaar 1960 in productie, maar was toen al wel volkomen uit de tijd.

Anglia

De Anglia in een heel mooie omgeving.

Vele jaren later, toen ik zelf mijn eerste auto kocht, was het net zo'n Ford , maar dan voorzien van een carrosserie met 4 deuren en nu genoemd Ford Prefect. Hij had als kentekennummer VP, met nog wat cijfers,wat voor mijn collega's indertijd aanleiding was om mijn mooie auto het ' Verrot Prefectje ' te noemen. Ja, natuurlijk was die auto toen ook al heel wat jaartjes oud! Erg veel luxe zat er niet aan en zelf de verwarming ontbrak, maar toch heb ik er nog een 20.000 km mee gereden.

Ford Perfect

De Ford prefect met trotse eigenaar.

Ja, en als je dacht dat Ford toen geen dure en exclusieve auto's maakte, vergis je je want opeens deed een hele mooie, bijzonder luxe limousine zijn intrede in Godlinze en wel met aan het stuur de heer Udo Perdok, die dit prachtstuk ergens in een garage ontdekte en er direct helemaal weg van was. Nou, dat was geen wonder want het was een van de mooiste Amerikaanse auto's van die tijd en was zeker de mooiste uit de Ford fabrieken. Het was een statige koets,met een enorme 12 cilinder V motor, die je niet hoorde lopen. Het enige nadeel van die wagen was het hoge benzine verbruik, maar mensen die zich zulke wagens konden veroorloven keken echt niet naar enkele liters benzine meer of minder. Natuurlijk gold dit laatste niet voor de heer Perdok, die de dorst van zijn Lincoln niet erg apprecieerde. Maar een erg fijne wagen was het wel! 

s

 
En dan was er nog de nieuwe auto van onze huisarts Dijkhuizen, die uit het dorpje 't Zand kwam met een mooie Chevrolet Fleetmaster. Het was het eerste nieuwe model dat Chevrolet na de oorlog uitbracht met een prachtige stroomlijn vorm, met veel chroom. Echt een bijzonder mooie wagen.

Fleetmaster


Vlak bij ons woonde de familie Dijkman. Hij werkte als monteur bij het bekende autobedrijf Van der Molen in het 't Zand. Ze waren dealer van het Engelse prestige merk Rover, maar verkochten ook de kleine Tsjechische Aero Minor, een klein, mooi gevormd wagentje met een tweecilinder tweetact motor van 14 pk. Er zijn er niet zo veel van verkocht maar het was wel een goed product dat stamde uit de bekende motorfietsenfabriek van Jawa. Dijkman kwam er tussen de middag vaak even mee thuis om te eten en ik hoor nog dat tweetackt motortje langs pruttelen. 

Aero Minor

Een oom van me, die in de Wieringermeer woonde, schafte zich ook zijn eerste auto aan, een Opel Olympia. Het was een model dat in 1936 voor het eerst het licht zag en zijn naam kreeg n.a.v. de Olympische Spelen die dat jaar in Berlijn werden gehouden. Het was een kleine, maar mooie wagen om te zien en hij zat ook ook technisch goed in elkaar met zijn viercilinder kopklepmotortje van 37 pk. Dit Opel type was namelijk het eerste model dat een zelfdragende carrosserie had. De body moest het hele onderstel ondersteunen en daarom had men geprobeerd om de carrosserie zo veel mogelijk uit een stuk te maken. De kleine uitstekende kofferbak hoorde daar vanzelfsprekend ook bij en was om sterkte redenen daarom niet voorzien van een klep. De bagage moest via de gewone deuren naar de kofferbak worden geloodst, waartoe de achterbankleuning opklapbaar was gemaakt. De wagen stond gestald in een prachtige garage die deel uitmaakte van de boerderij van mijn oom. Ik ben er vaak stiekem in gaan zitten en alle handelingen te oefenen om te kunnen rijden. Maar heb er nooit zelf in mogen rijden, want oom en tante waren er veel te zuinig op!

Opel

Bedrijfswagens hadden toen al mijn bijzondere belangstelling, maar dat werd in die tijd nog versterkt door dat een neef van me, in zijn functie van procuratiehouder van een lokale dorsmachine-vereniging, het vakblad ' Beroepsvervoer ' ontving, dat ongeopend rechtstreeks per post naar mij door werd gestuurd, waardoor mijn interesse in de bedrijfswagens nog werd vergroot. Ik denk dat mede door dit blad,later door mij de beslissing is genomen in die sector te gaan werken.

Rai


In de beginjaren vijftig deden ook de civiele ' DAF trucks hun intrede op de Nederlandse markt. Het transportbedrijf Flikkema uit Spijk had al vroeg een tweetal van die wagens in gebruik. Ik ben eens mee geweest op een trip naar de Hoogovens in IJmuiden. Op de foto staan de twee DAF's geflankeerd door de oudere Amerikaanse vrachtwagens.

Molen


Een andere wagen die ik me nog goed herinner was een International bestelwagen,eveneens van een firma uit Spijk. Ook dat was een imposante verschijning.

s

Zo, dat was een opsomming van de eerste auto's die ik leerde kennen. In die tijd werd er, meer nog dan nu, aandacht besteed aan de constructieve details van de verschillende merken, die dan ook veel meer van elkaar verschilden dan de huidige. Ook de eigenaar was beter met de techniek van zijn auto op de hoogte . Dat kwam wel goed uit ,want het was nodig om je vehikel zelf regelmatig na te zien en te controleren. Ze waren wel betrouwbaar maar eisten nu eenmaal wat meer zorg dan de auto's van tegenwoordig.


Uit het bovenstaande hebt u kunnen lezen dat mijn interesse in de automobiel zover voerde dat ik uiteindelijk mijn studie in die richting verder zette en niet helemaal onvoorspelbaar kwam ik dan ook in mijn beroepsleven in die sector terecht .Dat was in het jaar 1959 toen ik mijn werkzaam-heden begon bij de importeur van Volvo trucks en bussen in Den Haag. Mijn grote voorliefde bleef immers uitgaan naar bedrijfswagens! Toen er in 1967 een speciale Marketing Afdeling door Volvo Zweden werd opgericht in België,om de belangen van de Europese landen beter te kunnen behartigen, kwam ik daar terecht. De landen van West Europa werden toen mijn werkgebied. Dat was vaak pionierswerk, want Volvo trucks waren nog niet zo bekend in Europa en in sommige landen werden er nog helemaal geen Volvo trucks geïmporteerd. Ik heb het geluk gehad mee te mogen werken aan de opbouw van Volvo trucks op de Europese markt, wat erg afwisselend was en dat mij veel voldoening gaf.

Eenmaal op pensioen, gingen mijn gedachten vaak terug naar die periode en ik besloot op een goede dag eens iets over vrachtwagens op papier te zetten. Nou, ik moet hier eerlijk bekennen dat dat jammerlijk is mislukt! Ik kwam er al gauw achter dat vrachtwagens, ofschoon ze allemaal wel ' veel hadden meegemaakt ', erg slecht waren in het communiceren en kreeg daardoor tot mijn verdriet nog geen bladzijde vol! Uiteindelijk heb ik het over een andere boeg gegooid en ben gaan schrijven over wat ik zelf heb meegemaakt met de mensen waarmee ik in deze branche heb mogen werken. En opeens ging het wel, ik kreeg er zelfs plezier in om al die verschillende omstandigheden en gebeurtenissen nog eens te beleven en aan hert papier toe te vertrouwen. Op een bepaald moment, toen dat werk al ver gevorderd was, rees de vraag bij mij of mijn geschrijf niet iets zou kunnen zijn om in druk uit te geven? Dat kwam eigenlijk omdat ik zelf veel boeken over auto's in mijn bezit heb. Die boeken zijn vaak geschreven door mensen die op de een of andere manier zich aangetrokken voelen door één bepaald type voertuig. Ze zoeken daarvan een heleboel gegevens bij elkaar en schrijven er dan een boek over, vaak geïllustreerd met heel veel foto's. Daar is niets mis mee en als je die boeken doorleest kom je er vaak zaken in tegen die je nog niet weet en die toch interessant zijn. Maar veel actie gaat er ook niet van uit, dat is een feit. Ook in mijn teksten komen wel zulke gedeelten voor, maar toch bestond het hoofdzakelijk uit gebeurtenissen die echt hadden plaats gevonden en die ik zelf had meegemaakt, wat mijn verhaal veel levendiger maakte. Het was daarom dat ik dacht dat het misschien interessant zou zijn om mijn geschrijf in een een boek uit te geven. Maar natuurlijk, als een auteur daar zelf iets in ziet, wil dit nog niet zeggen dat er een uitgever is die daar zijn tijd en geld in wil investeren, er op zijn kosten en risico een boek van laat drukken en uitgeeft om dan in de loop der tijd daarmee wat inkomen te verwerven. Zo iemand bekijkt een boek met heel andere ogen dan de man die het heeft geschreven! Maar in elk geval, om een lang verhaal kort te maken, het lukte allemaal wel en en mijn boek zag het levenslicht eind 2008.

s 

Natuurlijk zou ik hier graag wat meer over het boek en de inhoud willen vertellen, maar dat wordt allemaal veel te veel en jullie webmaster zou daar trouwens ook een stokje voor steken. Tenslotte wordt een boek ook niet uitgegeven om te worden gekopieerd! Maar er is een zaak die ik even zou willen aanroeren. Ik deed op een bepaalde moment de marktstudies voor de Italiaanse vrachtwagen markt. Italië was toen een nogal afgeschermde markt en buiten Fiat waren er geen andere merken van zware vrachtwagens te koop. Maar Italië was wel lid van de EEG, en dat feit maakte dat men vroeg of laat zo'n protectionistische instelling wel moesten laten varen en ook andere truck fabrikanten in Italië moesten gedogen om hun producten op die markt aan te bieden. Maar daarom konden we er nog geen trucks verkopen, want voor de prijzen die Fiat hanteerde voor hun producten, waren wij zelfs niet in staat om onze vrachtwagens te produceren! Dus moesten we wel wachten tot het voor ons ook economisch interessant werd om in Italië te gaan verkopen. En dat moment kwam in 1976 en omdat ik die hele Italiaanse voorgeschiedenis had meegemaakt was ik de man bij Volvo die op dat moment het meeste ( maar toch niet zo heel erg veel ) ervaring had met die markt. Ik werd daarom gevraagd om Volvo trucks in Italië te gaan introduceren en heb vervolgens een tweetal jaren in dat land gewerkt.

En nu het speciale: Ongeveer diezelfde tijd was het, dat een Italiaan, de u allen bekende heer Bruno Santanera druk bezig is geweest om van Godlinze een bekend en zeer welvarend dorp te maken, terwijl iets later een (oud) Godlinzenaar naar naar Italië werd gestuurd om aan de hegemonie van Fiat een einde te maken op het gebied van de verkoop van zware vrachtwagens. Dat is toch een merkwaardig toeval , of niet soms? Jullie begrijpen dat ik die twee jaar in Italië ook heb beschreven in mijn boek, omdat het toch wel een hele speciale ervaring voor mij is geweest om dat te mogen meemaken. Want Italië was en ik denk is, toch wel een heel speciaal land en met gewoontes en gebruiken waar ik toch wel terdege rekening mee heb moeten houden.

Het is daarom dat ik u een klein verhaaltje uit mijn boek, van het gedeelte ' Italië ', niet wil onthouden en heb daarom dat zonder meer overgenomen en hier afgedrukt. Ik hoop dat u het met plezier leest en ziet dat juist zoals de heer Santanera heeft moeten leren om te gaan met de Groningse gewoonten en gebruiken,ik mij destijds eveneens moest aanpassen aan al die speciale dingen die je in een land als Italië kunt tegenkomen. Dat is een les die je eruit kunt leren!

Als je in een ander land iets wilt bereiken moet je je zelf aanpassen, zo eenvoudig is dat. Hier komt het verhaal :

s

Volvo


Ik hoop van harte dat u ook dit gedeelte van mijn verhaal met plezier hebt gelezen en zou u alvast willen bedanken voor uw belangstelling.

Wondelgem, maart 2010,

Klaas Bos.